Het kostbare bezit dat Christus is | World Challenge

Het kostbare bezit dat Christus is

David WilkersonApril 28, 2003

Mattheüs vertelt ons dat Jezus tot de menigte in gelijkenissen sprak: “Dit alles zeide Jezus in gelijkenissen tot de scharen en zonder gelijkenis zeide Hij niets tot hen, opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen hij zeide: Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is (Matthéüs 13:34-35)”.

Voor vele Christenen vandaag klinken de gelijkenissen erg eenvoudig. Maar, volgens Christus, bevat iedere gelijkenis een ongelooflijk geheim. Er is een verborgen waarheid van het Koninkrijk in iedere gelijkenis die Jezus vertelde. En die waarheid wordt alleen ontdekt door diegenen die er ijverig naar zoeken.

Vele gelovigen lezen snel door de gelijkenissen. Zij denken dat ze een voor de hand liggende les zien en gaan snel verder. Of, zij doen de bedoeling van een gelijkenis van de hand als niet op hen van toepassing. Dan gaan zij in plaats daarvan naar de geschriften van Paulus om ‘diepere waarheden’ te zoeken. Zij willen een theologie die duidelijk voor hen uiteen is gezet en tot in detail verklaard.

Maar ik denk aan twee gelijkenissen die Jezus aan zijn discipelen vertelde. Naar mijn mening bevatten deze gelijkenissen misschien enige van de meest diepe waarheden waar welke gelovige dan ook zich meester kan van maken:

“Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker. Evenzo is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht. Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht die (Matthéüs 13:44-46)”.

Je denkt misschien: “Wat is zo geheim aan deze waarheden? We weten allemaal dat Jezus de kostbare parel is, de schat begraven in de akker. Dat is geen geheim. Maar ik zeg je, er is verborgen manna in deze twee gelijkenissen. En alleen een handjevol gelovigen hebben het ontdekt. Waarom? Zij hebben nooit de tijd genomen om te graven zoals de man in deze gelijkenis groef. Inderdaad, deze twee wanhopige figuren – de gravende man en de zoekende koopman – maken de bedoeling van Jezus duidelijk: naar Gods geheimen moet meer dan naar alle andere dingen in het leven verlangd worden.

De Bijbel verklaart duidelijk dat er geheimen van de Heer zijn: “Met de oprechten gaat Hij vertrouwelijk om (Spreuken 3:32)”. Deze geheimen zijn vanaf de schepping van de wereld onbekend geweest. Maar Mattheüs vertelt ons dat ze begraven zijn in de gelijkenissen van Jezus. Deze verborgen waarheden hebben macht om Christenen echt vrij te zetten. Maar weinigen zijn bereid om de hoge kosten te betalen om ze te ontdekken.

Nu, we weten allemaal dat de gift van de redding gratis is. Jezus betaalde de prijs voor onze redding volledig, voor de gehele eeuwigheid. “En worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus (Romeinen 3:24)”. Bovendien nodigt Hij ons uit te drinken uit zijn altijd stromende bron van genade: “En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet (Openbaring 22:17).”

Ik was getuige welke vreugde deze genade brengt toen ik onlangs in Italië preekte. Duizenden stroomden naar voren om Jezus in hun leven te aanvaarden in die samenkomsten. Deze mensen zeiden niet zomaar een zondaars gebed op, maar baden diep, huilden, beleden hun zonden, en riepen de Heer aan. Zij waren volkomen gered en bevrijd door de macht van de Heilige Geest.

Maar, in Zijn gelijkenis van de zaaier waarschuwt Jezus dat niet iedereen die Hem belijdt ook zal doorgaan in het geloof. Volgens de gelijkenis zal een beetje zaad (het evangelie) op goede grond vallen. Dat zaad zal wortel schieten, groeien en vrucht dragen. Maar ander zaad zal op de rotsgrond vallen en zal wegkwijnen voordat het wortel kan schieten. En nog meer zaad zal op de dorens vallen en satan zal het snel roven.

Een verschrikkelijke apostasie overkomt massa’s gelovigen, vooral in charismatische cirkels. Velen stappen af van de overtuigende, ziel onderzoekende prediking om die predikers te zoeken die vriendelijk zijn tegen hun vlees. Zij zijn bedrogen door wat Paulus noemt “een ander evangelie, een andere Jezus”. Hun oren jeuken om prediking te horen van welvaartspredikers met een geldfocus.

We zagen dit gebeuren tijdens onze campagnes in Europa. Italiaanse Christenen vertelden ons van Amerikaanse evangelisten die hun zakken leegmaakten, op hun privé-vliegtuigen stapten en zeiden: “Ciao, goodbye!”.

Maar Jezus voorzag al deze dingen. Hij keek neer door de geschiedenis naar onze tijd, en voorspelde alles dat zou komen: de verwerping van door God geïnspireerde vermaning, het opkomen van een evangelie van gemak, het oppervlakkige onderwijs van vlees-vriendelijken, het wegvallen van massa’s. Inderdaad, hij waarschuwde dat in de laatste dagen de liefde van vele gelovigen zou verflauwen. Eens enthousiaste dienaren zouden louw worden of zelfs koud. En ze zouden de kostbare genade van Christus veranderen in losbandigheid. Zij zouden prediken over Zijn vergeving en zegeningen, allemaal zonder kosten voor iemand. Mensen zouden in hun zonde op hun gemak gesteld worden. En het zou de Heer zo veel pijn doen, dat Hij zei dat Hij hen uit Zijn mond zou spugen.

Daarom riep Jezus een privé-sessie samen met zijn speciaal uitgekozen discipelen. De Schriften zeggen: “Toen liet Hij de scharen gaan en ging naar huis. En zijn discipelen kwamen bij Hem en zeiden: Maak ons de gelijkenis van het onkruid in de akker duidelijk (Matthéüs 13:36)”. Jezus wilde de ogen van Zijn volgelingen openen voor de diepere betekenis van Zijn gelijkenissen. Hij wist dat zij waarheid nodig hadden die hen leidde door tijden van grote verleiding.

In deze besloten samenkomst vertelde Christus de twee gelijkenissen die ik eerder vermeldde, over de schat in het veld en de kostbare parel. Deze twee gelijkenissen nemen alleen 3 verzen in beslag van de Bijbel. Maar hierin staan de geheimen van de Heer, die verborgen zijn sinds de schepping van de wereld. En ze bevatten Zijn eeuwige doeleinden, om geopenbaard te worden aan Zijn toegewijde dienaren.

Met alleen maar een snelle studie, gebruik makend van Bijbel commentaren, is het mogelijk om goudklompjes van waarheid op te graven uit deze gelijkenissen. Maar dat is niet alles dat de Schriften zeggen dat we moeten doen. Jezus beschreef een man die wanhopig groef. En als de waarheden van Gods Koninkrijk diep begraven zijn in de gelijkenissen van Christus, moeten wíj ook ijverig graven om de openbaring te vinden.

Ik vraag je: wie is bereid om hard te werken om deze geheimen te vinden? Wie willen geduldig wachten op de Heer zodat Hij Zijn geheimen aan hen kan openbaren? Wie wil lang genoeg bij de Heilige Geest blijven wachten om beslag te leggen op Zijn leven-gevende waarheden?

Ik geloof dat ik lang genoeg bezig ben geweest met deze twee gelijkenissen om alleen maar een glimpje op te vangen van de waarheid die erin verborgen ligt. Ik kan dit over ze zeggen: ze gaan over het kostbare bezit dat Christus is. Vele Christenen gaan door het leven tevreden met net genoeg geloof om ermeedoor te gaan. Zij willen alleen maar voldoende van Jezus te hebben om het naar de hemel te maken. Zij kunnen enige praktische waarheden uit Zijn gelijkenissen halen, maar ze vinden nooit de leven-gevende waarheid die diep in hen verborgen ligt. Hiermee in tegenstelling vertellen deze twee gelijkenissen ons dat Christus’ kostbare waarheid alleen wordt gevonden door hongerige, toegewijde zoekers. Zij die hen volgen met hun gehele hart zullen hun ogen volledig open hebben voor de geheimen van het overvloedige leven.

Jezus begint deze twee gelijkenissen met te zeggen: “Laat me jullie vertellen waaraan het Koninkrijk der Hemelen gelijk is” (zie Mattheüs 13:44). Christus spreekt hier niet van de hemel zoals wij daarover denken, het koninkrijk van glorie bij de Vader. Nee, Hij verwijst naar het Koninkrijk der Hemelen op aarde. Hij zegt, in wezen: “Dít is de manier waarop je de volheid van de Hemelen in je hart kan bezitten, nu al, op dit moment. Maar laat me je eerst vertellen wat het je zal kosten om het te bereiken”.

Hoe verkrijgen we de hemel op aarde? De twee gelijkenissen maken het duidelijk: door Christus in al Zijn volheid te bezitten. En het is een inspanning die je veel kost.

“Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een schat, verborgen in een akker, die een mens ontdekte en verborg, en in zijn blijdschap erover gaat hij heen en verkoopt al wat hij heeft en koopt die akker (Matthéüs 13:44)”.

Ten eerste wil ik vragen: “wat vertegenwoordigt de akker hier? Het vertegenwoordigt de gekerstende wereld. Het is ieder gebied waar het evangelie is gepredikt en ontvangen. Natuurlijk is de kerk een deel van die akker. Er is een thuis-zendingsveld en een buitenlands-zendingsveld. En de man die op de akker werkt vertegenwoordigt iedereen die Jezus dient.

Deze man heeft van een betrouwbare bron vernomen dat er ergens op die akker een schat ligt verborgen. (Op precies dezelfde manier is aan ons verteld: “Christus, in wie al de schatten der wijsheid en kennis verborgen zijn”, Kolossensen 2:3). Terwijl andere werkers op de akker met een half hart werken, begint deze man als een razende te graven. Hij besteedt uren, dagen, weken vasthoudend aan het zoeken naar de schat.

Wie is deze man? Hij vertegenwoordigt iedere toegewijde dienaar die gehoord heeft wat de profeten spraken over Jezus: “Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is (Mattheüs 13:35)”. Het kan deze man niets schelen wat anderen van hem denken. Hij heeft zijn hart gezet op het opgraven van Gods verborgen schat. En hij weet dat de enige manier waarop hij hem kan vinden is om hem te zoeken met alles wat in hem is. Dus hij graaft en graaft, volkomen gefocust op het vinden ervan.

Wat is de schat waar hij naar zoekt? Het is de ongelooflijke ontdekking dat Christus alles is wat hij nodigt heeft. Zijn schat is te weten dat alle vreugde, iedere richting en ieder doel, inderdaad, zelfs de hemelse rijkdom verborgen is in Jezus. Het doet er niet toe met wat voor testen en beproevingen hij wordt geconfronteerd. Hij weet dat in Christus iedere bron van Leven aan hem is gegeven. Jezus is alles in allen.

Als deze man tenslotte de schat vindt, doet hij een merkwaardig ding: hij begraaft hem onmiddellijk. “Die een mens ontdekte en verborg” (Mattheüs 13:44). Wat doet hij daar? Waarom zou hij deze prachtige, pas gevonden rijkdom verbergen?

We vinden een aanwijzing in de getuigenis van Paulus. De apostel vertelt ons: “Maar toen het Hem, die mij …geroepen heeft, behaagd had, zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenen verkondigen zou, ben ik geen ogenblik te rade gegaan met vlees en bloed; ook ben ik niet naar Jeruzalem gereisd tot hen, die reeds vóór mij apostelen waren, maar ik ben naar Arabië vertrokken en vandaar naar Damascus teruggekeerd (Galaten 1:15-17)”.

Aan Paulus was een ongelooflijke openbaring gegeven van Christus. Maar, waarom dan had hij ervoor gekozen om het geheim te houden? Omdat deze schat absoluut kostbaar was voor hem, kostbaarder voor hem dan wat dan ook. Zie je, Paulus had gevast voor deze waarheid, ervoor gebeden en er ijverig naar gezocht. Hij had God met ijver gediend, zoals een Farizeeër, maar zonder kennis van de waarheid (zie Romeinen 10-2). En nu dat hij de waarheid die Christus is, had gevonden, zou hij hem niet laten stelen.

Dus ging Paulus naar de woestijn van Arabië om zijn schat te verbergen. In wezen was hij: “Alles aan het verkopen om die akker te kopen waar de schat verborgen lag” (zie Mattheüs 13:44)”. Paulus verklaarde: “Ik wil niet dat iemand of iets mij kan wegtrekken van deze grote waarheid die ik in Christus heb gevonden. Ik wil niet iemand anders zijn mening hierover nu horen. Ik wil deze waarheid zelf bezitten. En ik wil het pas met anderen delen als ik de volle betekenis van wat ik heb gevonden kan begrijpen”.

Ik stel mijzelf zo voor dat de man die op de akker aan het werk was in deze gelijkenis vol verbazing staat te kijken naar de schat die hij had gevonden. Toen hij de kist opende, hield hij zijn schat vast, onderzocht hem, en verheugde zich erover. Maar tegelijkertijd besefte hij dat het niet genoeg was om hem vast te houden en te bekijken. Hij zei tegen zichzelf: “Ik moet dit hebben. Ik moet hem helemaal hebben. Als ik dat doe, dan hoef ik me tot mijn sterfdag nergens meer ongerust over te maken”.

Paulus is een voorbeeld van hen die de kostbare schat hebben ontdekt van een openbaring van het hart van Christus. Hij groef diep, vond de schat, en was zeer verheugd over deze ontdekking. Toch verborg hij hem diep binnen in zijn hart. Hij zei: “Het is niet genoeg voor mij om Jezus alleen maar te bewonderen of naar Hem te kijken. Ik heb nodig dat Hij in mij komt leven. Ik moet Hem hebben als de kern van mijn bestaan. Ik heb niet nog meer theologie nodig over de Redder. Ik heb me al mijn hele leven lang bezig gehouden met doctrines. Mijn enige focus nu is Christus te kennen en Hem te bezitten. Ik wil dat Jezus door mij heen leeft en dat mijn oude leven sterft.”

Als Jezus zegt dat de arbeider op de akker alles “verkocht” wat hij had, is de Griekse betekenis hiervan: te handelen of uit te wisselen. Dit betekent een overdracht van goederen of diensten zonder het geven van geld. Met andere woorden: wat gezocht wordt, kan niet gekocht worden.

Dit doet de betekenis van de gelijkenis nog beter zien. Jezus zegt: “Je kunt geestelijke dingen niet kopen met materiële dingen”. Paulus leefde naar deze waarheid. Hij bezat niets dan de kleding op zijn rug, en misschien wat gereedschap om tenten mee te maken. Maar dit is wat het Paulus kostte om beslag te leggen op zijn schat: “Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus' wil schade geacht. Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen (Filippensen 3:7-8)”.

Onze Schepper en Vader bezit alle dingen. En Hij bezat de akker waar de schat was verborgen. Dit betekent dat Hij degene was die hem daar begroef. Welnu, hij wist dat de man die in de akker aan het graven was, arm was. Per slot van rekening, rijke mannen hoeven geen arbeiderswerk te doen. Dus moest deze arbeider naar de eigenaar van de akker gaan en een verzoek indienen om de akker te kopen.

We weten dat we geen geestelijke dingen kunnen kopen met geld. Dus, hoe is het mogelijk om iets te kopen van onze gezegende Vader? Jesaja antwoordt: “O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk (Jesaja 55:1)”. Met andere woorden, God zegt: “Wat is het je waard? Denk echter niet in termen van geld. Praat met me in termen van goederen en diensten”.

Eeuwenlang hebben rijke mensen geprobeerd het eeuwige leven te verdienen door hun rijkdom op te geven. Zij gaven kastelen op, landerijen, rijkdom, grote kudden, juwelen en prachtige kleding, allemaal om te proberen Christus te winnen. Zij werden arme mensen, aten matig en droegen dierenhuiden. Maar Jezus werd nooit door iemand gevonden op deze manier.

Ik geloof dat Paulus zijn maanden in Arabië doorbracht met het onderhandelen met de Vader. Ik stel me zo voor dat hij Hem vraagt: “Heer, hoe kan ik de volle rijkdom van Christus bezitten? Wat moet ik daar voor doen?” De Vader antwoordt: “Ik zal het je vertellen, Paulus. Geef al je eigengerechtigheid aan mij. Dan zal ik jou de gerechtigheid van Christus geven. Geef me al je goede werken, je pogingen om mij te behagen. En dan zal ik je de heiligheid van Christus door geloof alleen geven.

“Geef alles wat je wil bereiken in je leven, je ambities, je plannen, alles wat je hoopt, aan mij. Ik zal je geven dat Christus zelf in je en door je komt leven. Zijn verlangens zullen de jouwe worden. En je zult vreugde en geluk vinden die geen enkele levensvervulling je zal kunnen geven.

“Geef me het beste van je tijd. Geef me al je vertrouwen en leg alles in mijn handen, alles waar je je bezorgd over maakt. Dan zul je Christus winnen. Je zult bezit hebben genomen van zijn wijsheid en intimiteit, alles zonder geld. Vertel me, Paulus, is het winnen van Christus je alles waard?”

Paulus heeft Christus inderdaad gewonnen. Hij kwam uit de woestijn in het volledige bezit van zijn schat. Nu getuigde hij: “De oude Paulus is dood. En Christus leeft in mij. Al mijn ambities zijn weg. Alles wat ik eerst wilde doen of zijn, heb ik achtergelaten in de woestijn. Ik heb de schat van mijn leven gevonden, en hij is helemaal voldoende voor mij. Jezus is alles wat ik nodig heb.”

Je zou kunnen vragen: “Wat is nu het verborgen mysterie in deze gelijkenis van de schat? Welk geheim ligt hier verborgen?” Paulus geeft ons het antwoord: “Het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan zijn heiligen. Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid (Kolossensen 1:26-27)”.

In het kort, het geheimenis is Christus zelf in jou. De schat van de hemel leeft binnen in jou, en is jouw bezit

“Evenzo is het Koninkrijk der hemelen gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht. Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht die (Matthéüs 13:45-46)”.

Wie is de koopman in deze gelijkenis? De Griekse vertaling verklaart hem hier als een reizende verkoopsman van grote partijen goederen. Deze koopman was ook iemand die uittestte, met ander woorden, hij had als middel van bestaan het op waarde schatten van kostbare parels op hun kwaliteit en geldwaarde.

Nu, we weten dat Jezus de kostbare parel is die de koopman vindt. Hij is erg kostbaar, van onschatbare waarde, omdat de koopman al zijn andere bezittingen verkoopt om hem te kunnen betalen. Mijn vraag is: wie was de oorspronkelijke eigenaar van deze kostbare parel? En waarom zou hij bereid zijn om hem te verkopen?

Ik geloof dat we de betekenis van de parel in de eeuwige bedoelingen vinden van God. Klaarblijkelijk behoorde de parel aan de Vader. Hij bezat Christus net zoals iedere Vader zijn eigen zoon bezit. Inderdaad is Jezus het meest waardevolle en geliefde bezit van de Vader.

Alleen één ding zou de Vader kunnen bewegen zijn parel van onschatbare waarde op te geven. Hij deed het uit liefde. Hij en Zijn Zoon hadden een verbond gesloten voordat de wereld was geschapen. En in dat verbond kwam de Vader overeen om van Zijn Zoon te scheiden. Hij gaf hem op als een offer, met het doel om de mensheid te verlossen.

De apostel Petrus verwijst naar de hoge waarde van deze waardevolle gift. Hij spreekt van het kostbare bloed van Christus, onze parel van onschatbare waarde. Maar toen de voornaamste priesters deze parel onderzochten, schatten zij hem op maar dertig stukjes zilver. “Toen werd vervuld hetgeen gesproken is door de profeet Jeremia, toen hij zeide: En zij namen de dertig zilverlingen, de geschatte waarde van de geschatte, die zij geschat hadden van de kinderen Israëls (Matthéüs 27:9)”. Bedenk eens: de God van het heelal had Zijn kostbare parel voor iedereen beschikbaar gemaakt. Toch hechtten deze mensen weinig of geen waarde aan hem. Sommigen noemden Hem zelfs namaak, een imitatie.

Ik vertel je, de Heer moet er verdriet van hebben vandaag om te zien van hoe weinig waarde zijn mensen deze onschatbare parel achten. Voor sommigen is Christus niet veel meer dan een museumstuk. Hij wordt onder glas geplaatst, waar niemand hem kan aanraken of betasten. Mensen bezoeken Hem eens per week om Hem te bewonderen of Hem te prijzen. Zij staren naar het kruis en verbazen zich over Zijn offer en zeggen: “Wat schitterend, wat verschrikkelijk geweldig”. Zij onderhandelen niet met de eigenaar, vastbesloten om hem te bezitten koste wat het kost.

Geliefde, het is Gods bedoeling dat Zijn parel wordt gevonden door hen die er van bezeten zijn om hem te bezitten. Het is alsof Hij zegt: “Mijn parel is alleen beschikbaar voor diegenen die een grote waarde toekennen aan hem”.

Dus, de koopman in deze gelijkenis vertegenwoordigt een heel klein groepje van gelovigen vandaag. Deze dienaars hebben in Jezus het antwoord gevonden op iedere behoefte en roep van hun hart. Hij is de centrale focus geworden van hun leven. Zij hebben hun hart erop gezet achter die prijs aan te gaan met alles wat in ze is. En ze gaan er beslag op leggen, koste wat het kost.

Herinner je je dat deze parel van onschatbare waarde was. Hij kon niet met geld betaald worden, hoe groot dat bedrag ook was. Er was gewoonweg geen genoeg geld of zilver op aarde die zijn waarde zou kunnen evenaren. En de koopman wist dit. Hij realiseerde zich dat al zou hij zijn hele leven besteden aan het verzamelen van rijkdom om hem te verkrijgen, al zijn pogingen toch tevergeefs zouden zijn.

Ik stel me de koopman voor als zeggend tegen de eigenaar: “Kijk eens, ik móet die parel hebben. Ik zal graag mijn gehele leven opofferen met al mijn diensten aan U. Wat U ook vraagt, ik zal het doen. Laat hem me alleen mogen bezitten. “De Vader antwoordt hem liefdevol: “Geef me je hart. Dat is wat het je kost”. Verder lezen we: “Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht die (Matthéüs 13:46)”.

Deze koopman verkocht zijn eigen ziel voor de parel. Het kostte hem zijn verstand, lichaam en geest, “alles wat hij had”. Maar de eigenaar vertelde hem wat hij ervoor terug zou krijgen: “Ja, je zult mijn slaaf zijn. Maar je zult veel meer zijn dan dat voor Mij. Zie je, door Mij je hart te geven, laat je toe dat ik je als Mijn kind kan aannemen. Ik ga je nu deel maken van Mijn familie. Dan zul je Mijn erfgenaam zijn. Dat betekent dat je de parel samen met Mij bezit. Het zal zowel de jouwe als de mijne zijn”.

Laat me je vertellen wat deze twee gelijkenissen mij persoonlijk te vertellen hebben.

Christus is de schat verborgen in de akker. En in Hem heb ik alles gevonden wat ik ooit nodig zal hebben. Voor mij betekent dat het volgende:

Niet meer proberen om een doel te vinden voor mijn bediening. Niet meer zoeken naar voldoening in mijn gezin of vrienden. Niet meer iets hoeven te bouwen voor God, of niet meer een succes hoeven te zijn of nodig moeten zijn. Niet meer mee hoeven te doen met de menigte, of iets hoeven te bewijzen. Niet meer naar manieren hoeven te zoeken om mensen te behagen. Niet meer hoeven te proberen uit te denken of te beredeneren hoe ik mijn weg uit de moeilijkheden kan vinden.

Ik heb gevonden waar ik naar zocht. Mijn schat, mijn parel is Christus. En al wat de Eigenaar van mij vraagt is: “David, Ik houd van je. Laat mij je als Mijn kind aannemen. Ik heb de papieren al getekend met het bloed van Mijn eigen zoon. Je bent nu mede-erfgenaam met Hem van alles wat ik bezit”.

Ik ben nog steeds in het proces van alles verkopen wat ik heb. Ik geef de Vader nog steeds mijn tijd, mijn gedachten, mijn wil, mijn plannen. Maar ik weet dat ik het omruil voor schatten. Ik verhandel het om Levend Water te kunnen kopen, het Brood des Levens, de melk en de honing van vreugde en vrede. Wat het me kost is mijn liefde, mijn vertrouwen, mijn geloof in Zijn Woord.

Wat een koopje, ik geef mijn vieze lompen van zelfvertrouwen en goede werken. Ik leg opzij mijn afgesleten schoenen van steeds maar weer proberen. Ik laat achter mij mijn slapeloze nachten door twijfel en angst. En in ruil daarvoor word ik als kind aangenomen door een Koning.

Dierbare heilige, dit is het wat er gebeurt als je de parel zoekt, de schat, totdat je hem vindt. Jezus biedt je alles aan wat Hij is. Hij brengt je vreugde, vrede, een doel in je leven, heiligheid. En Hij wordt je alles: je ontwaken, je slapen, je ochtend, middag, en avond.

Dus, wat is Hij je waard? Om Hem te kunnen betalen, kan het je meer kosten dan je had willen betalen. Ik dring er bij je op aan: begin vandaag te graven.

Download PDF