Hij ziet om naar de Mus | World Challenge

Hij ziet om naar de Mus

David WilkersonAugust 21, 2006

De hele wereld beeft momenteel vanwege de uitbraak van terrorisme en calamiteiten die wereldwijd gebeuren. Elke dag worden we wakker en horen we weer over een nieuwe ramp. Sommige waarnemers zeggen dat we getuigen zijn van het begin van een Derde Wereldoorlog.

Eerst bliezen terroristen treinen op in Spanje, en daarna vond een grote hoeveelheid mensen de dood tijdens treinexplosies in India. In Pakistan verwoestte een desastreuze aardbeving complete steden en het liet duizenden mensen dakloos achter, hongerig en verwond. In het Verre Oosten lijden velen nog steeds onder de gevolgen van de tsunami.

Toen volgden er verschrikkelijke rampen in Amerika. Eerst teisterden orkanen van niet eerder gemeten omvang herhaaldelijk de staat Florida – en toen sloeg Katrina toe. Amerika keek toe hoe een van zijn grootste wereldstedelijke gebieden bijna van de kaart geveegd werd, samen met andere belangrijke steden langs de Golfkust. Afgelopen weken hebben er enorme branden gewoed in het Zuiden en Westen, waardoor duizenden hectaren grond in Texas, Oklahoma en California in vlammen opgingen.

Nog nooit eerder in onze geschiedenis zijn er zo veel verterende vuren en razende orkanen geweest. Toch gebeurt deze omwenteling niet slechts hier. De aarde heeft te maken met een nog niet eerder gemeten wereldwijde opwarming, met reusachtige overstromingen, overweldigende stortregens en orkanen tot gevolg.

Kim Jong Il jaagt ernaar tenminste zeven nucleaire bommen voor oorlogsdoeleinden te produceren, terwijl hij toestaat hoe zijn lijdende, onderdrukte volk omkomt van de honger. Het wereldleiderschap lijkt beschaamd in hoe het de bedreigingen van deze gestoorde man naar andere volken probeert te stoppen.

Ondertussen is er een andere boosaardige, door de duivel bezeten dictator, met veel macht gezeten in Iran; nóg een natie dat haast heeft met het produceren van nucleaire bommen. Deze dictator en zijn krankzinnige mullahs zeggen vol trots dat ze Israël zullen vernietigen door het gehele volk in de vergetelheid te laten raken. Ondertussen blijven ze komen met bedreigingen naar de rest van de wereld om zich niet te bemoeien met hun nucleaire plannen en ze waarschuwen dat ze de toevoer van olie zullen stopzetten voor een ieder die het wel probeert.

En dan is er het meest recente beangstigende nieuws dat Israël is gekomen met vergeldingsacties tegen Gaza en Libanon. Het conflict daar verspreidt zich razendsnel, met raketten die aan beide kanten inslaan en burgers per tientallen tegelijk doden. De hele wereld houdt zijn adem is als het naar de nieuwsberichten kijkt en het vreest een volledige oorlog in het Midden-Oosten.

De leiders van Israël hebben duidelijk gemaakt dat ze geen nucleaire dreiging van Iran zullen tolereren. Hun enige hoop is misschien om alle Iranese nucleaire terreinen te bombarderen. Wereldlijke machten vragen dan wel om een staakt-het-vuren in de regio, maar het zal van korte duur zijn, zoals bij elk ander conflict in de geschiedenis van Israël sinds 1948. Een grote escalatie in het Midden-Oosten lijkt onvermijdelijk.

Terwijl deze beangstigende calamiteiten zich aan alle kanten voordoen – oorlog, terrorisme, natuurrampen, nucleaire bedreigingen – is er nog een andere bedreiging voor de mensheid. Wetenschapper vanuit de hele wereld zijn uiterst alert nu ze de vogelgriep Avian hebben vastgesteld. Ze waarschuwen dat als deze dodelijke aandoening overslaat op mensen,het een wereldwijde pandemie kan veroorzaken. (Terwijl ik dit schrijf, zijn er zo’n vijftien mensen gestorven.) Deskundigen speculeren dat zo’n mutatie één vijfde van de wereldbevolking kan uitroeien. Meer dan een miljard mensen zouden sterven.

Niet-gelovige raken ervan overtuigd dat er geen oplossingen meer zijn, dat alles zal resulteren in chaos omdat er geen “algeheel bestuur” is. Maar Gods volk weet beter. We weten dat er geen reden tot angst is, omdat de Bijbel ons er telkens weer aan herinnert dat de Heer alles onder controle heeft. Niets in de wereld gebeurt buiten zijn weten en leiding om.

De Psalmist schrijft: “Want het koninkrijk is des Heren, Hij is heerser over de volken” (Psalm 22:29). Gelijk daaraan verklaart de profeet Jesaja aan de wereld: “Nadert, gij volken, om te horen; en gij natiën, merkt op! De aarde hore en haar volheid, de wereld en al wat daaruit ontspruit.” Hij zegt: “Luister, volken, en wees een luisterend oor. Ik wil u iets belangrijks vertellen over de Schepper van de wereld.”

Jesaja stelt dat wanneer de hoon van God wordt opgewekt tegen natiën en hun legers, het de Heer zelf is die hen aan een slachting zal overleveren. “Zie, volken zijn geacht als een druppel aan een emmer en als een stofje aan een weegschaal… Alle volken zijn als niets voor Hem, zij worden door Hem beschouwd als nietig en ijdel. Hij troont boven het rond der aarde, en aar bewoners zijn als sprinkhanen… Met wie dan wilt gij Mij vergelijken, dat ik hem zou gelijk zijn?” (Jesaja 40: 15, 17, 22, 25).

Jesaja spreekt op dat moment tegen Gods volk, dat gehavend en verontrust is door wereldse gebeurtenissen. Hij geeft de raad: “Kijk omhoog naar de lucht, naar de roemrijke hemelen. Aanschouw de miljoenen sterren die daar geplaatst zijn. Uw God heeft ze allemaal geschapen en elk ervan een naam gegeven. Bent u niet kostbaarder voor hem dan de sterren? Vrees daarom niet.”

Wij mogen weten dat er een ontwerp is in de hemel, een plan dat onze Vader uitgedacht heeft voor de loop van de geschiedenis. En hij kent het einde van het begin. Terwijl dit plan in vervulling gaat, vooral in rampzalige tijden zoals deze, geloof ik dat we onszelf deze vraag moeten stellen: “Waar is de Heer op gericht in dit alles?”

God is niet gefocust op de tinnen ‘goddictators’ van deze wereld en hun bedreigingen.

Bijbelverzen verzekeren ons dat deze wilde, door mensen gemaakte bommen, legers en krachten niets voorstellen voor de Heer. Hij lacht om hen als louter stofjes die hij spoedig allemaal weg zal blazen. Overdenk Jesaja 40: 23-24: “Hij geeft de machthebbers over ter vernietiging, Hij maakt de regeerders der aarde tot ijdelheid; nauwelijks zijn zij geplant, nauwelijks gezaaid, nauwelijks wortelt hun stek in de aarde, of Hij blaast reeds op hen, zodat zij verdorren, en een storm neemt ze op als stoppels.”

Jesaja vertelt ons: “Nauwelijks zijn deze ‘zaden’ geplant en hebben zij wortel geschoten, of God blaast op hen en zij verdorren. De kwaadaardige heersers van de aarde worden opgenomen in zijn wervelwind en weggeblazen als kaf. Hij brengt hen terug tot niets.”

In mijn eigen leven heb ik zulke tirannen als kaf ‘weggeblazen’ zien worden. Ik weet nog dat ik als kind naast mijn vader in de auto zat toen de muziek van de radio werd onderbroken door een schokkend nieuwsbericht: “Pearl Harbor was zojuist gebombardeerd door de Japanners. Van de marinevloot was veel vernietigd en honderden mensen waren gedood.

Mijn vader dacht: “Dit is het. Het is het einde, zoals geprofeteerd is. Zo maar ineens was het gehele landschap van Amerika veranderd, zelfs in ons kleine stadje in Pennsylvania. Verplichte verduisteringen en noodsirenes werden een deel van ons dagelijks leven. Het was een beangstigende tijd nu de oorlog zich had uitgebreid over de gehele wereld.

Kort daarna was er een vlammenzee ontstaan in het Verre Oosten aan de overkant van de eilanden in de Stille Oceaan. Honderdduizenden soldaten zouden omkomen in gruwelijke gevechten en gevangeniskampen. Ondertussen verwoestte een krankzinnige, door de duivel bezeten dictator genaamd Hitler, hele natiën aan de andere kant van de aardbol. Hij leek niet te stoppen terwijl hij landen in Europa binnenviel en overnam. Toen zijn Natieregime bommen liet vallen op het machtige Groot-Brittannië, keek de wereld in doodsangsten toe. En in zijn demonische gekte, beval hij dat Europese Joden opgepakt en gevangengenomen moesten worden. Vervolgens vergastte en verbrandde hij miljoenen van hen.

In Rusland was een andere gestoorde dictator begonnen met het systematisch vermoorden van zijn eigen landgenoten. Stalin was een sadistische gek, en communisme werd een machtige strijdkracht onder zijn ijzeren bewind.

Toen kwam er op een dag het meest angstwekkende nieuws dat ooit gehoord was in de geschiedenis van de mensheid: er was een atoombom ingeslagen. Het grootste deel van de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki waren binnen een tel geheel weggevaagd; de A-bom vernietigde een grote hoeveelheid mensen.

Kort daarop, stond de dictator van Japan, Hirohito, aan boord van een schip – zijn hoofd uit schande gebogen – en tekende documenten voor overgave. In Europa pleegde Hitler zelfmoord in een gloeiende ondergrondse bunker, nu de geallieerde troepen naderden. Toen zijn stoffelijk overschot werd gevonden, bleek er niets meer dan slechts as over te zijn. In Rusland was ook Stalin ellendig aan het einde van zijn leven gekomen.

Vandaag de dag kent de wereld een andere door demonen geleide dictator, Saddam Hussein, die weggeblazen wordt als het overgebleven kaf. De man die eens zijn eigen landgenoten terroriseerde en de Arabische wereld bedreigde, zit nu gevangen in afwachting van zijn veroordeling. Hij kan binnen niet al te lange tijd ter executie gebracht worden.

Uiteindelijk zien we hen door de ogen van de Schrift en hoe waar zijn deze woorden: “De Heer blaast op hen en ze worden weggenomen in de wervelwind.”

Jezus vertelt ons ook wat we moeten doen als we beroering in de wereld beginnen te zien:

“En er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van de zee en branding, terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelen.”

“En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op een wolk, met grote macht en heerlijkheid. Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt.”(Lucas 21:25-28).

Merk op dat Christus zegt: “Wanneer u deze dingen begint te zien gebeuren, richt u op en heft uw hoofden omhoog.” Dit suggereert dat de dingen erger zullen worden en intenser. Daarom is het nu de tijd om onze harten te schikken – om dicht tot de Heer te naderen – en gegrondvest te raken in zijn hoop. Wij moeten ons verankeren is zijn Woord, en groeien in een duurzaam, standvastig geloof.

Wat is het geloof waar wij op staan? Het is dat het kwade ons niet kan verwonden. Het meest chaotische nieuws kan ons niets doen. Alle door demonen bezeten dictators zullen als kaf weggeblazen worden en wij zullen Christus zien komen in zijn glorie. Dat staat ons toe om in kwade dagen te zeggen: “Leven of sterven, ik ben in de Heer. Hij is oppermachtig over alles wat er gebeurt.”

Wat is Gods grootste bezorgdheid in dit alles? Zijn het de gebeurtenissen in het Midden-Oosten? Nee. De Bijbel vertelt ons dat Gods visie is gericht op zijn kinderen: “Zie, des Heren oog is op hen die Hem vrezen, die op zijn goedertierenheid hopen” (Psalm 33:18).

Onze Heer weet van elke beweging op de aarde, van ieder levend wezen. En toch is zijn blik in de eerste plaats gericht op het welzijn van zijn kinderen. Hij richt zijn ogen op het lijden en de noden van een ieder die deel uit maakt van zijn geestelijk lichaam. Eenvoudig gezegd; alles wat ons pijn doet, houdt Hem bezig.

Om dit aan ons te bewijzen, zei Jezus: “En weest niet bevreesd voor hen, die wèl het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden: weest veeleer bevreesd voor Hem, die beide, ziel en lichaam, kan verderven in de hel” (Matteüs 10:28). Zelfs middenin grote wereldoorlogen is Gods focus niet op de tirannen. Zijn focus is op elke omstandigheid, elk detail in de levens van zijn kinderen.

Christus zegt in het volgende vers: “Worden niet twee mussen te koop aangeboden voor een duit? En niet één daarvan zal ter aarde vallen zonder uw Vader” (10:29). In de tijd van Christus waren mussen het vlees van de armen, twee voor de prijs van één cent. In de straten kon je vogelvangers zien met manden vol mussen die door middel van valstrikken waren gevangen. Toch zei Jezus: “Niet één van deze kleine schepsels valt op de grond zonder dat jouw Vader daarvan afweet.”

Volgens Bijbelcommentator William Barclay, duidt Jezus’ woord ‘vallen’ in dit vers op meer dan de dood van de vogels. De Arameense betekenis is “toevallig neerkomen op de grond”. Met andere woorden, “vallen” wijst op elke klein hulpeloos sprongetje dat een klein vogeltje maakt.

Christus vertelt ons in wezen: “Uw Vader ziet om naar de mus, niet enkel als het dood gaat maar zelfs als het neerstrijkt op de grond. Als een mus leert vliegen, valt het uit het nest en het begint over de grond te hippen. En God ziet iedere kleine moeite die het heeft. Hij is bezorgd om elk detail van zijn leven.

Jezus voegt dan toe: “Weest dan niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven” (10:31). Heus, hij zegt: “En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld” (10:30).

Eenvoudig gezegd; die Ene die alle sterren gemaakt en geteld heeft – die elke beweging van het Romeinse Rijk bewaakt heeft, die de melkwegstelsels in hun banen houdt – bekommert zich om u. En, vraagt Jezus, “Bent u niet veel waardevoller voor Hem?”.

Jesaja riep: “Waarom zegt gij, o Jakob, en spreekt, o Israël: mijn weg is voor de Here verborgen en mijn recht gaat aan mijn God voorbij?” (Jesaja 40:27). Gods volk had hem beschuldigd: “De Heer heeft mijn noden over het hoofd gezien. Hij beantwoordt mijn gebed niet. Het lijkt alsof God zich heeft afgewend van mijn beproeving.”

Ik geloof dat dit de roep van vele gekwetste Christenen vandaag de dag is. Onze bediening ontvangt brieven van dierbare gelovigen die gebukt gaan onder beproevingen en lijden dat ons verstand absoluut te boven gaat. Laat me u een dieptreffend voorbeeld geven, van een godvrezend voorganger die een ongelooflijke hoeveelheid beproevingen heeft meegemaakt die te pijnlijk lijken voor een ieder om te moeten verdragen.

Het begon een aantal jaar geleden, toen de voorganger zijn vijf maanden oude kleinzoon naast hem in bed legde. Hij en zijn vrouw pasten op de kleine jongen, voor hun dochter die op haar werk was. De jongen was een gezond kind en het juweel in de ogen van zijn opa. Maar uren later werd de voorganger wakker en ontdekte dat zijn kleinzoon overleden was aan wiegendood.

De dochter van de voorganger – moeder van de dode jongen – kon de pijn van het verlies van haar zoon niet aan. Een jaar later deed ze een poging tot zelfmoord door een overdosis drugs te nemen. Ze overleefde deze poging, maar hield er ernstig hersenletsel aan over. Nu moeten de voorganger en zijn vrouw fulltime zorg dragen voor hun dochter en op elk tijdstip de nodige hulp verlenen.

Toen, ongeveer een jaar later, werd de jongste zoon van de voorganger beschuldigd van een dubbele moord. Eén ervan zou de moord zijn op de dealer zijn die de jongere zus van de man had voorzien van drugs. Deze zoon zit momenteel in de gevangenis, wacht zijn veroordeling af en kan de doodstraf krijgen.

Deze kwellende beproevingen stapelden zich op, en de voorganger bereikte het dieptepunt van zijn crisis. Het gebeurde in de week voor Kerst. Deze man had zoveel pijn dat hij zijn studie naast zich neerlegde en jammerlijke klaagde terwijl hij stevig een foto van zijn dode kleinzoon in zijn handen vast hield.

Het verhaal gaat nog verder, maar ik wil hier stoppen om stil te staan bij de ongelooflijke pijn van deze dienaar van God.

Ik kan niet begrijpen waar de voorganger doorheen ging. Hij had zijn prachtige kleinzoon verloren, zijn dochter had ernstig hersenletsel, en nu wacht zijn zoon zijn doodvonnis af. Alles wat hij kon bedenken was: “Heer, deze pijn is voor mij te ondraaglijk. Ik weet niet hoe ik verder kan.”

Ik vraag u: Waar zag God op dat moment naar om? Was hij ergens anders bezig, misschien om zorg te dragen voor een doorgedraaide wereld? Was hij volledig in bezit genomen door de steeds angstaanjagender gebeurtenissen die plaatsvonden? Of, denkt u dat het onmogelijk is dat Gods ogen gefocust waren op de gebrokenheid en verwarring van deze ene gelovige man? De Psalmist geeft het antwoord: “De ogen des Heren zijn op de rechtvaardigen, en zijn oren tot hun hulpgeroep” (Psalm 34:16).

Bedenkt u voor een moment een boom buiten bij het raam van de studeerkamer van de voorganger. In die boom zit een vogelnestje, waarin een kleine mus zijn vleugeltjes uitprobeert in zijn pogingen te leren vliegen. Dat kleine vogeltje springt uit het nest en valt naar beneden; God merkt het op.

Welnu, als u uit dat raam keek en dit zag gebeuren, vertel me dan: hoe kunt u niet geloven dat God ook de pijn van deze dierbare huilende man had opgemerkt? Hoe kunt u niet geloven dat God bewogen was door de gevoelens van zijn lijden? Hoe kunt u niet geloven dat God elke traan van hem opving en voor zijn dienaar een uitweg had voorbereid?

De voorganger schrijft: “Ik kan u eerlijk vertellen dat Jezus zelf die dag mijn kantoor binnenliep en voor mijn bureau ging zitten. De Heer liet mij op een liefdevolle manier zien dat ik twee keuzes had: Ik kon ten eerste opgeven en het gevecht stoppen. Als ik dat deed, zou ik iedere vriend kunnen vertellen over mijn moeilijkheden en de reden om te stoppen, en dat zouden ze begrijpen. Ik was vrij om die keuze te maken, en Jezus zou het begrijpen en nog steeds van mij houden.

“Of, zei hij tegen mij, ik kon de moed bijeenrapen en naar buiten lopen om de toekomst tegemoet te gaan want hij was nog niet klaar met mij. Dit waren mijn twee en enige keuzes. Dit was niet hardvochtig van God. Het waren eenvoudigweg de enige twee keuzes die ik had.

Ik koos ervoor om op te staan en verder te gaan. Voordat ik naar buiten liep, plaatste ik de foto van mijn kleinzoon in mijn bureaulade. Dat is nu bijna een jaar geleden. Alhoewel mijn strijd niet helemaal voorbij is, weet ik dat zijn hand op mij is.

Lieve mensen, deze man kan Gods liefde begrijpen als nooit tevoren in zijn leven. Hij heeft al zijn pijn, elke droefheid, elke zorg op Jezus gelegd – en zijn leven toevertrouwd aan zijn plan.

Ik ben ervan overtuigd dat het meestal liefde is wat we nodig hebben tijdens onze beproevingen, en niet antwoorden. Antwoorden geven maar een beperkt resultaat als een persoon overladen is met diepe pijn. Het is de regerende liefde van onze Vader – en de liefdevolle handen van onze broeders en zusters, die reiken naar ons – en dienen als zijn antwoord in onze moeilijkste tijden. We hoeven niet de mate van ons geloof te meten in zulk soort tijden, want we hebben wellicht niet veel over. Maar we kunnen kijken en een mus naast ons raam zien, en weten dat wij de focus zijn van de liefde van onze Vader.

Christus beschrijft de laatste dagen als een tijd die zo verontrustend en verschrikkelijk is dat “de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen… En op de aarde radeloze angst onder de volken” (Lucas 21:26,25).

Wat gaf Jezus ons om ons te kunnen voorbereiden op deze rampen? Wat was zijn tegengif tegen de angst die eraan stond te komen?

Hij gaf ons het beeld van onze Vader die kijkt naar de mus, van God die de haren op onze hoofden telt. Deze beelden krijgen zelfs nog meer betekenis als we de context waarin Jezus ze gaf bekijken.

Hij gaf deze beelden aan zijn twaalf discipelen toen hij hen uitzond om te evangeliseren in de steden en dorpen in Israël. Hij had hen net de autoriteit gegeven om demonen uit te drijven en alle soorten ziekten en kwalen te genezen. Denkt u eens in wat voor een opgewonden moment dat geweest zal zijn voor de discipelen. Hun was kracht gegeven om wonderen en tekenen te doen! Maar toen kwamen deze beangstigende waarschuwingen van hun Meester:

“Je zult geen enkel geld op zak hebben. En je zult geen huis hebben, zelfs geen dak om onder te slapen. In plaats daarvan zul je ketters en duivels genoemd worden. Je zult in synagogen geslagen worden, voor rechters gesleept worden en in de gevangenis gegooid worden. Je zult gehaat en veracht worden, verraden en vervolgd. Je zult van stad naar stad moeten vluchten om te voorkomen dat je gestenigd zal worden.”

Beeld je de grote ogen van deze mannen in als ze naar Jezus aan het luisteren zijn. Ze werden waarschijnlijk gegrepen door angst. Ik stel me hun voor, zich afvragende: “Wat voor soort bediening is dit? Is dat de toekomst die voor me ligt? Dit is de somberste vooruitblik die ik ooit in mijn leven gehoord heb.”

Toch vertelde Jezus deze geliefde vrienden in deze zelfde scène tot drie maal toe: “Weest niet bevreesd!” (Matteüs 10:26, 28, 31). En hij gaf hun het tegengif tegen alle angst: “De Vader ziet altijd om naar de mus. Hoe veel meer zal hij dan altijd omzien naar u, die Hij liefheeft?”(zie 10:29).

Geliefde heilige, hier is een diepgegronde waarheid waar we ons in de meest tumultueuze tijden aan vast kunnen houden. Jezus zegt: “Wanneer de twijfel toeslaat – wanneer je ten einde raad bent, en je denkt dat niemand ziet waar je doorheen gaat – dan is dit hoe je rust en zekerheid kunt vinden.

“Kijk naar de kleine vogeltjes buiten bij je raam. En strijk met je vingers door je haar. Herinner je dan wat ik je gezegd heb: deze kleine schepsels zijn van onmeetbare waarde voor uw Vader. En uw haren moeten u eraan herinneren dat u van nog veel grotere waarde bent voor hem. Hij kijkt altijd om naar jou. En Hij die elke beweging van u ziet en hoort, is dicht bij u.”

Dit is hoe onze Vader voor ons zorgt in moeilijke tijden. Hij weet van elk detail van ons leven – onze familie, ons huis, onze financiën, ons huwelijk – en hij is bezorgd om elk detail van ons leven. Wij hoeven niet te vrezen! Hij heeft beloofd te zorgen voor een uitweg.

Download PDF