Is je wereld te klein? | World Challenge

Is je wereld te klein?

David WilkersonFebruary 1, 1981

Phillips Brooks, een groot prediker uit de 19e eeuw, zei eens: ‘Zondaren hebben geen recht om het christendom te veroordelen – omdat ze het nog nooit geprobeerd hebben…’.

Hier ben ik het mee eens! Ik denk niet dat enig mens op aarde de kracht en de glorie, die hier en nu beschikbaar is in Christus, ontdekt heeft.

In Johannes 12:35 vinden we een niet mis te verstane uitdaging aan onze kleinheid. In een enkel vers roept Jezus ons op om ons nauwe kleine cirkeltje te verlaten en overgezet te worden in het glorieuze koninkrijk van vrijheid en nut. Telkens opnieuw roept Jezus ons toe: ‘Je wereld is te klein; Vraag om een groter, meer betekenisvol leven.’ Hier staat het:

‘Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld zal het bewaren ten eeuwige leven.’ (Joh. 12:25).

Toch is deze schijnbare onbelangrijke en verwarrende stelling de sleutel tot een leven van overvloed. Dit is Zijn uitdaging aan onze kleine wereld! Begrip voor wat Hij hier zegt is de deur tot een levensgevende openbaring. Jezus zei ook:

‘Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja, zelfs zijn eigen leven, die kan Mijn discipel niet zijn.’ (Luk. 14:26).

Christus kan het woord haten niet bedoelen in de klassieke betekenis: verafschuwen en verachten, afwijzen en verwerpen. Gods Woord zegt:

‘Hij, die zijn broeder haat, is een moordenaar…’ (1 Joh. 3:15).

‘Mannen, heb uw vrouwen lief, en wees niet bitter tegen haar.’

‘Eert uw vader en uw moeder.’

Het leven moet niet gehaat worden, want het is een gift van God. We moeten niet de mensen haten, dat is onbijbels.

We moeten leren het leven te haten zoals we het leven. We moeten haten wat de zorg voor gezin en geliefden ons gedaan heeft. Is je leven helemaal vervuld met je kinderen, echtgenoot, echtgenote, of ouders? Zijn al je vreugde en zorgen beperkt tot dit kleine cirkeltje?

God roept ons eenvoudigweg op om onze levenscirkel te verwijden. Leven moet meer zijn dan enkel kleding, rekeningen, school van de kinderen, welzijn van je ouders, familierelaties. Martha was verslaafd aan een leven van triviale zaken. Maria wilde groeien! Maria wilde haar horizon verbreden. Jezus keurde Maria’s benadering van het leven goed.

Je kunt niet groeien totdat je je onvolwassenheid van dit moment haat. Je hoeft je plichten en verplichtingen aan je familie en je vrienden niet te verzaken, maar je kunt door je plicht zo gebonden raken dat het je groei tegengaat. Op een dag moet je ontwaken. Een heilige woede, een heilige haat, moet er in je ziel komen, en je moet uitschreeuwen: ‘Oh God, ik haat wat ik geworden ben. Ik haat mijn slechte buien. Ik haat het hoe geïrriteerd ik soms ben. Ik haat mijn norsheid. Ik haat het hoe klein ik geworden ben. Ik haat het! Ik haat het! Ik haat het!’

Denk aan de meest geestelijke mens die je kent – die geestelijke reus die nooit in paniek raakt, die altijd vriendelijk en zeker lijkt, zo toegewijd aan God, zo zuiver en heilig. Hij zal je vertellen hoe hij eens in deze crisis kwam, hoe hij de wereld haatte met alle kleingeestigheid, jaloezie, met alle banden. Hij moest leren om zo te haten wat hij geworden was, dat hij vastbesloten werd om het te veranderen. Hij werd hongerig – wanhopig hongerig!

Je zult nooit jezelf veranderen, voor je haat wat je jezelf aangedaan hebt. Je kunt niet meer van het leven verlangen tot je ziek en misselijk wordt van wat je nu hebt. Je moet er zo ziek van worden, zo vol afschuw van je leven zoals het nu is, dat je tegen jezelf zegt: ‘Ik wil meer uit dit leven dan dit. Ik wil niet langer leven in zo’n zinloosheid, zo’n zwakheid, zo’n gebondenheid! Ik wil vrijgemaakt worden!’. Haat je tegenwoordige leven zoveel, dat je uitroept tot God: ‘Heere, breng me in Uw glorieuze koninkrijk van macht en overwinning! Geef me het leven vol vreugde, wat zoveel anderen ook krijgen.’

‘Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis, en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde.’ (Kol. 1:13).

En wat biedt Hij ons aan? Hij biedt ons de dood, als de weg naar het leven.

‘Laat hem zijn kruis opnemen, en mij volgen…’

Als de weg van het kruis de weg is tot een groter leven, dat moeten we het goed begrijpen. Als ons levensgeluk ervan afhangt, kunnen we er beter maar aandacht aan schenken.

Ten eerste, laten we stilstaan bij de misvattingen over het kruis. Er is zoveel over geschreven - en meestal heel ingewikkeld. We schijnen te denken dat de weg van het kruis een nauwe, schandelijke weg is, waarin de mensen ons afwijzen en bespotten, op ons spugen en schelden. We hebben het gevoel dat we de weg van Christus imiteren, als ook wij bespot en verworpen worden door de mensen. We denken aan vervolging als de weg van het kruis.

Zeker, Zijn weg is nauw. We zullen vervolgd worden om Zijn wil, en we moeten onszelf afscheiden van slechte mensen. Maar dat is niet de meest ware betekenis van het kruis. We richten ons alleen maar op het lijden van Christus. We prijzen en bewonderen onze Heere vanwege Zijn vergevingsgezindheid naar degenen die Hem vervloekten en bespuugden. We spreken over Zijn moed in het donkerste uur. We spreken over de druppels bloed die Hij zweette. We spreken van spijkers, doornen, kwelling. Maar anderen zijn in wredere omstandigheden gestorven voor de zaak van Christus.

Als je er geweest was op de dag dat Christus door de menigte geduwd en gestoten werd naar Golgotha, dan zou je in een fluistering de ware betekenis van het kruis hebben kunnen horen. Je zou Jezus hebben horen zeggen, telkens opnieuw: ‘Uw wil, Vader, niet de Mijne! Ik leef en sterf alleen om Uw wil te doen!’ Dit, mijn vriend, is de ware betekenis van het kruis – de wil van God doen!

Er is maar één kruis – met één betekenis – voor Hem en voor ons! Jouw kruis is niet een of andere fysieke moeilijkheid of een doorn in het vlees. Het is geen slechte thuissituatie. Het is geen ziekte of aandoening. Het is niet een soort van test voor je uithoudingsvermogen. Het is niet een soort last – fysiek, geestelijk of wat dan ook. Soms hoor je mensen zeggen: ‘Dit is mijn kruis. Ik zal het dragen.’ Dit noem ik: ‘martelaarskruizen.’

Jouw kruis en de mijne zijn hetzelfde. Het is hetzelfde kruis wat Jezus eens droeg - met dezelfde betekenis. Het kruis is: de volmaakte wil van de Vader volbrengen. Jezus zei eens:

‘Laat hem zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen…’

Het heeft niets te maken met lijden, moeilijkheden of gebrek. Zijn juk is zacht; Zijn last is licht. Hij heeft de prijs betaald. De betekenis is zo simpel, maar wij missen het telkens weer. Het is dit: Als je Mijn discipel wil zijn, moet je je eigen wil volkomen opgeven, en de Mijne aannemen. Het kruis opnemen, is simpelweg de absolute wil van God opnemen. Het is: jezelf volkomen opgeven om alles te doen zoals God het wil.

Kan het kruis zo eenvoudig zijn, en het volbrengen ervan ingewikkeld? Helemaal niet! Er zijn maar twee voorwaarden aan het kruis:

‘Gij zult de Heere uw God liefhebben met uw gehele hart, en met heel uw ziel, en met al uw krachten.’ (Matt. 22:37). ‘Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.’ (Matt. 22:40).

‘Aan deze twee geboden hangt de hele wet en de profeten.’ (Matt. 22:40).

Met andere woorden, alles wat Ik ooit van je zal vragen, komt voort uit deze twee geboden!

Als de absolute liefde voor God zo belangrijk is, moet Hij ons tonen, hoe we het moeten doen. Dit is de uitroep geweest van alle ware heiligen:

‘Ik weet echt niet hoe ik Hem moet liefhebben.’ We denken van onze liefde voor God als iets wat wij moeten doen, zoals prijzen en zingen, of in stilte bidden. We denken, dat Hem liefhebben hetzelfde is als heilig zijn, vriendelijk zijn, getuigen voor onchristelijke mensen. Dit is niet waar! God is liefde, en om waarlijk God te zijn, moet Hij zijn liefde uitdelen.

Hem liefhebben is: Hem God laten zijn in ons en door ons! Liefde is iets wat Hij voor ons doet! We ontwijken dit idee vaak alsof het egoïstisch is, maar dat is het niet! We tonen Hem het meeste liefde als we Hem door ons heen laten stromen, als we doen en zijn alles wat Hij zegt te zijn.

Zie je die Christen op z’n knieën, huilend, vastend en biddend? Zie je zijn grote tranen? Hoor je hoe Hij God smeekt om lofprijzing en aanbidding van hem te aanvaarden? Luister naar hem, terwijl hij elke keer weer zegt: ‘Heere, ik heb U lief! Ik heb U lief!’ Is dat liefde? Niet als het alleen maar woorden zijn! Niet als hij God benadert als een soort geïsoleerd, onaanraakbaar Wezen, die slechts lofprijzing nodig heeft. Stel je voor dat mijn vrouw zo zou leven, me zou bewonderen, vol liefde met mij spreken, en vervolgens haar eigen gang gaat?

Onze God heeft liefde nodig! Hij heeft mensen nodig om over zichzelf te kunnen beschikken, om Zijn macht te gebruiken, om Zijn bronnen te benutten. Laat me je de mens tonen die God liefheeft met alles wat in hem is. Hij is de man die, in eenvoudig kinderlijk geloof, vasthoudt aan de dierbare beloften en ze elke dag in zijn leven gebruikt. Het is geen liefde om alles wat Hij beloofd heeft in ons te zijn en te doen, te negeren. Het is geen liefde om door te gaan met je leven, bedrukt, eenzaam, vol zorgen, bedroefd, ons buigend onder onze last. Liefde is tot God komen en Zijn gloriemacht gebruiken.

Ik ken veel mensen die denken dat ze grote liefhebbers van God zijn. Ze vasten en bidden hele nachten door. Ze weigeren om toe te geven aan de zonde. Ze ontzeggen zichzelf van alles. Ze zijn ernstig. Ze bestuderen Gods Woord ijverig. Ze zijn eerlijk en meelevend. Maar ze komen nooit binnen in Gods leven van triomferende, alles overwelmende rust. Ze zijn zo druk bezig de duivel te bevechten, dat ze vergeten dat de duivel al verslagen is aan het kruis.

Sommige Christenen hebben een ‘binnenkamer’ relatie met God. Ze weten echt hoe ze bij God moeten zijn in het gebed. Maar ze weten niet hoe ze met God elke dag moeten leven. Ze hebben geen kerngeloof. Ze hebben geen vertrouwen in geval van nood.

En wat moeten we zeggen van ‘je naaste liefhebben als jezelf’? Hierdoor wordt onze wereld zo klein. God vraagt ons om Zijn volmaakte wil te doen, niet om allerlei geboden op ons te forceren, maar om een nieuwe stroom van leven in ons te laten komen. Maar wij weten nooit echt wat we moeten doen met deze beloofde bronnen.

Hier is de eenvoud van wat Christus ons probeert te vertellen: (1) Haat wat je bent, kom dan naar Mij en vind Mijn nieuwe leven voor jou. (2) Verwerp je oude levenswijze; neem Mijn volmaakte wil op. (3) Dat geeft opening van al mijn bronnen in jou, als je het eenvoudigweg accepteert als een feit. (4) Ga vervolgens de wereld in en help de verloren mensheid met wat Ik je gegeven heb.

Het verhaal van de barmhartige Samaritaan is Gods manier om ons te laten zien hoe we onze naaste moeten liefhebben. Ben je ooit gestopt te denken dat de barmhartige Samaritaan een type is van de christen die een gelukkig leven leidt? Hij was de enige met de mogelijkheden om de gewonde man te helpen, die bloedend en stervend achtergelaten was door de dieven die hem beroofd en geslagen hadden.

De priester had ongetwijfeld medelijden. Misschien liet hij nog wat tranen voor deze gewonde man. Maar hij moest doorlopen, want hij was arm, hij had geen geld, geen bronnen om de man te helpen.

De Leviet besloot waarschijnlijk om snel verder te lopen en verderop iemand te vinden die de man zou kunnen helpen. Hij zou iemand zoeken die te tegenovergestelde kant opliep, en zeggen: ‘Alstublieft meneer, 2 mijlen verderop, links langs de weg, ligt een bloedende man, een slachtoffer van een gewapende overval. Helpt u hem alstublieft.’

Maar de barmhartige Samaritaan had alles wat hij nodig had! Terwijl de priester en Leviet wandelden, reed hij op een ezel. Hij had wijn bij zich, hij had olie, hij had verband. Hij wist waar de dichtstbijzijnde herberg was. Hij had zijn bronnen! Genezende olie. Drinken. Een rijdier. Een onbeperkte bankrekening. ‘Alles wat u aan hem zult besteden, zal ik betalen.’ Luister naar de barmhartige Samaritaan in de herberg. ‘Zorg goed voor hem; vergeet wat het kost; ik zal alles betalen.’

Dit is wat God ons probeert te laten zien – dat we alles hebben wat we nodig hebben om volledig te leven en even volledig lief te hebben. We komen niet in de wereld als geestelijke bedelaars, maar als zonen van een Koning, rijdend in pracht en praal, en met alles bij de hand om onze lijdende naaste te helpen.

Je naaste lief te hebben is: in het bezit zijn van wat hij aan hulp nodig heeft. Het heeft niets te maken met sympathie, advies, vriendelijkheid. Je helpt een verhongerende man niet door hem te vertellen wat een medelijden je met hem hebt, of dat je zult vasten en bidden voor hem. Maar je helpt hem door hem voedsel te geven!

Wil je echt Gods gebod gehoorzaam zijn, om je naaste lief te hebben als jezelf? Zoek dan die dingen die hij nodig heeft. Je kunt je naaste niet liefhebben als je niet hebt wat hij nodig heeft.

‘Ik zal van Mijn Geest uitgieten op alles vlees.’(Hand. 2:17).

We hebben de uitstorting van de Heilige Geest veel te exclusief gepredikt. Hij zei: op ALLE vlees – niet alleen de gelovigen, maar ook de ongelovigen. Jezus was veel samen met zondaren. Hij diende hen. Hij claimde dat Hij hun Arts was. Waarom kan de Heilige Geest niet verbonden zijn met zondaren? Waarom kan de Heilige Geest zondaren niet aanraken, zoals Christus het deed?

De Heilige Geest werd niet alleen gegeven aan gezuiverde, geheiligde gelovigen. Hij werd uitgestort voor de gehele wereld. Hij is er voor iedereen. Hij komt om de wereld te overtuigen van zonde. Dat betekent dat hij moet werken in de geest van zondaren. Hij probeert om zondaren te leiden in alle waarheid, om diegenen te vertroosten die het nodig hebben.

Hij werd niet alleen uitgestort op die 120 in de opperkamer. Die machtige, voortrazende wind blies over de hele aarde, op de gehele mensheid. Hij schudde niet alleen die kamer, maar de hele aarde! Geheel Israël, Afrika, Europa, de gehele bekende wereld.

‘Ik zal alle volken doen beven…’ (Hagg. 2:7).

‘Toen heeft Zijn stem de aarde doen wankelen… Nog eenmaal zal Ik niet slechts de aarde, maar ook de hemel doen beven.’ (Hebr. 12:26).

God heeft nooit bedoeld dat de uitgestorte Heilige Geest alleen en exclusief bezit van de gelovigen zou zijn. We hebben Hem in een hoek gedrongen en Hem in een klein, zuiver, heilig vat gestopt. We hebben geleefd en gediend alsof de Heilige Geest afgeschrokken wordt door de zonde, en er niet in de buurt zou kunnen komen, alsof Hij alleen maar gekomen is om heiligen zuiver en heilig te houden tot de wederkomst van Christus.

Wij die geloven bezitten de Heilige Geest niet! We kunnen Hem niet besturen. We kunnen Hem op geen enkele manier beperken.

‘Hij blaast waarheen Hij wil…’ (Joh. 3:8).

De Heilige Geest is de leidende evangelist van Christus. Hij is al aan het werk, overal waar Christus ons zendt. Wees nooit verbaasd als je in de vreselijkste hel op aarde terecht komt om te zien dat de Heilige Geest er al is, al heeft gewerkt en mensen overtuigd heeft – honger en dorst heeft opgewekt, al voor je je Bijbel open hebt.

Er zijn geen veiligheidszones van het kwaad immuun voor Zijn macht en aanwezigheid – Rusland niet, China niet, Polen niet – nergens op aarde. Hij is er in de huizen van homoseksuelen. Hij is in elk spuithuis. Hij is in elk bordeel. Hij buigt zich over elk kwaad. Hij ontwijkt geen enkele zonde. Hij kwam niet om het kwaad uit te roeien, maar om de mensheid te helpen eruit te komen.

Hij komt onuitgenodigd. Hij breekt door op de meest onverwachte tijden. De zondaar verheugt zich in zijn zonde, veegt zijn mond af, geniet nog van de nasmaak – dan plotseling komt de Heilige Geest binnen, onaangekondigd, ongewild, onverwacht. Maar Hij maakt zich niet druk om sloten of deuren. Hij kan niet buitengesloten worden. Geen macht in de hel of op aarde kan Hem buitensluiten.

De Heilige Geest is nooit geshockeerd met wat Hij ziet. Hij weet waar mensen toe in staat zijn. Hij ziet moord, verkrachting, overspel, perversiteit, dronkenschap, drugsverslaving. Maar het jaagt Hem nooit weg – zelfs niet in afschuw. Geen mens is te slecht of te diep gezonken of te moeilijk om te raken. Hij is niet bang van vuil en smerigheid.

Hij werd niet uitgestort om de gezegenden te zegenen; Hij kwam om leven te brengen aan zij die dood lagen in zonde. Hij kwam niet om te werken in christenen; Hij kwam om te werken in zondaren! Nu, op dit moment, werkt Hij nog in mensen die door maatschappij en kerk opgegeven zijn.

Hij kan niet afgeschud worden. Zijn aanwezigheid maakt de zondaar onverklaarbaar ongelukkig. Zelfs als de zondaar zijn eigen gang gaat, helemaal opgaat in zijn plezier, blijft de Heilige Geest hem roepen, diep in zijn onderbewustzijn, terug tot God. Hij wordt de schaduw van de zondaar, en volgt hem waar hij ook gaat. Hij is de jachthond van de hemel; Hij geeft zondaren geen vrede. Hij blijft voortdurend zijn geweten prikkelen. Hij brengt elk gehoord woord van waarheid terug in zijn geheugen; Hij onthoudt alles wat de zondaar zelf al vergeten was.

De Heilige Geest is een Doper, maar Hij is meer dan dat. Als alles wat Hij voor me is, alleen een ervaring van extase is, als Hij alleen maar een opluchting is, als Hij slechts mijn tong onder controle houdt, als Hij me alleen maar een gelukkig gevoel geeft – dan mis ik het ware doel van Zijn komst. Hij is gekomen om de wereld te verzoenen met Christus. Hij is gekomen om alle discipelen te leiden in de hele volheid van het leven in Christus. Hij is gekomen om aan ons de onuitputtelijke bronnen te openbaren, die wij tot onze beschikking hebben. Hij toont ons de Vader, Zijn macht en Zijn leiding.

We moeten nu prediken dat Hij overal is, en in iedereen werkt. Hij heeft geen voorkeur voor bepaalde personen. Hij komt niet alleen naar de hongerigen. Hij komt tot diegenen die nog niet eens tot God geroepen hebben.

‘…te vinden voor hen die Mij niet zochten…’(Jes. 65:1).

De Heilige Geest is de adem van God, en Zijn adem wordt gevoeld in de nek van zondaren. Hij komt niet tot de zondaar om te veroordelen, bestraffen, of moraliseren. Hij komt om te overtuigen. De Heilige Geest kan net zo aanwezig zijn in een café als in een kerk. Waarschijnlijk verzet de Heilige Geest meer werk in de schuilplaatsen van zondaren dan in een bijbelschool. Waarom? Omdat, waar de zonde overvloedig is, Gods genade altijd nog overvloediger is.

De zondaar kan door de Heilige Geest net zo makkelijk in een café overtuigd worden, of tijdens het kijken naar een erotische film als in een kerk. Hij is altijd precies daar waar de zondaren zijn. Hij neemt nooit pauze. Hij slaapt nooit. Als zij wakker worden, is Hij er al, geduldig wachtend tot ze zichzelf uitgeput hebben en open zullen staan voor genezing.

De Heilige Geest wil komen in de dromen van zondaren. Hij zal hen visioenen geven. Denk niet dat alleen christenen dromen en visioenen krijgen. Zondaren krijgen ze waarschijnlijk meer dan wie dan ook.

‘Ze zullen dromen dromen, en gezichten zien…’

Hij zal hun dromen manipuleren, boodschappen in hun onderbewustzijn inbrengen. Sommige van de dromen zijn echt, en zullen zich steeds herhalen. Visioenen zijn als een bovennatuurlijke uitnodiging. De Geest toont hen wat ze zouden kunnen zijn, wat hun leven zou kunnen zijn als ze het aan Christus zouden geven. Beelden blijven in hun geest terugkeren die ze niet weg kunnen krijgen, visioenen van wat het leven zou kunnen en zou moeten zijn voor hen.

‘Uw zonen en dochteren zullen profeteren…’

Het staat er helemaal niet dat deze profeten getrainde dominees zullen zijn, of ervaren christenen die al ver en diep in Goddelijke zaken kunnen zien. Alle zonen en dochters zullen profeteren.

Dit maakt duidelijk wat de missie is van de Heilige Geest op de aarde: om in de mensen te komen, en hen profeten te maken. Een profeet is iemand die een bovennatuurlijk verhaalt vertelt, omdat hij een bovennatuurlijke verlossing heeft meegemaakt. De Heilige Geest doet nu allerlei wonderen op de hele aarde. Hij geneest en maakt homoseksuelen profeten van Christus. Verslaafden vertellen over het wonder van hun genezing. Hoeren, alcoholisten, zwervers keren Satans dienst de rug toe en komen tot Christus, en ze profeteren. Wonderen! Hij maakt profeten van zondaren!

De profeten in het Oude Testament ervoeren niet de wonderen die deze nieuwe profeten zien. Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Joël spraken allen van de wonderen van verlossing die komen zouden, maar ze hebben het zelf niet verkregen. Ze moeten gaan zitten en nederig luisteren als deze nieuwe profeten hun vertellen hoe Christus verlossing en vrijheid bracht.

Als je samen wilt stromen met de Heilige Geest, moet je je kleine wereldje vergroten. Neem alle beperkingen weg. Keer je tot de wonderen, en jaag naar je vrijheid!

Download PDF