BID EN HOUD MOED

Gary Wilkerson

"En Hij sprak ook een gelijkenis tot hen met het oog daarop dat men altijd moet bidden en niet de moed verliezen. Hij zei: Er was in een zekere stad een rechter die God niet vreesde en geen mens ontzag. En er was een weduwe in dezelfde stad en zij kwam voortdurend naar hem toe en zei: Doe mij recht tegenover mijn tegenpartij. En hij wilde een tijd lang niet. Daarna echter zei hij bij zichzelf: Hoewel ik God niet vrees en geen mens ontzie, toch zal ik, omdat deze weduwe mij lastigvalt, haar recht doen, opdat zij uiteindelijk niet komt en mij in het gezicht slaat. En de Heere zei: Hoor, wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, ook wanneer Hij lang wacht om hen te hulp te komen? Ik zeg u dat Hij hun met spoed recht zal doen. Maar zal de Zoon des mensen, als Hij komt, wel het geloof op de aarde vinden?” (Lukas 18:1-8).

Door deze gelijkenis leerde Jezus zijn discipelen een belangrijk beginsel van gebed. Hij vertelde hen niet alleen over gebed, Hij toonde hen, door de impact van deze gelijkenis, hoe volhardend gebed er uitzag en welk resultaat het heeft. Hij verlangde ernaar dat ze het gebedsleven dat Hij hen had geleerd, van Hem overnamen.

Wanneer we in gebed gaan, voelen velen van ons zich geneigd om na de eerste paar minuten op te geven. Het eerste halfuur bidden kan vaak ellendig lijken, maar Jezus laat ons in deze gelijkenis zien, dat er een beloning is als we niet stoppen. Er is een zegening die God aan Zijn volk wil geven.

Jezus 'woorden zijn geschreven tot onze bemoediging en opbouw en zijn vandaag net zo echt voor ons als toen voor Zijn discipelen. Hij moedigt ons aan om niet op te geven, omdat we doorgaans veel te snel opgeven. Net als de doorbraak in aantocht is, stoppen wij met bidden. Maar als we de race tot het einde toe uitlopen, zullen we Gods zegen ontvangen.